Zorgvuldig leg ik de letters op het spelbord. Ik spel het woord “nevel”, haal nog net de tweemaal woordwaarde en scoor daarmee twintig punten. Ik glimlach zelfvoldaan en ik weet het, maar ik kan het niet laten. Ik was onvoorstelbaar slecht in dit spel tot zij me leerde hoe ik moest spelen. Ik had het zelfs nog nooit gespeeld tot we op een dag niets beters konden bedenken om te doen. Ik was geen woordenman, tot ik ze plots voor haar moest leggen. Zij veranderde mijn wezen. Zij veranderde mijn zijn. “Liefde” leg ik, twaalf punten en de mooiste waarheid ooit.
Sterren-Zoet
De woorden van een ander.